De Ruimte voor Ruimte (RvR) regeling maakt bouwen in het buitengebied mogelijk tegen betaling van 125.000 euro per bouwtitel. Dat maakt de RvR regeling onbetaalbaar voor starterswoningen. Combinatie95 raadslid Peter den Ouden heeft ingesproken bij de provincie over mogelijkheden die de aanpassing van de regeling wellicht gaat bieden. Een artikel hierover is te vinden in de MooiBoxtelKrant en zijn bijdrage is hieronder te lezen:
Inspraakreactie PHM den Ouden
Allereerst bedankt voor de gelegenheid tot inspreken.
We spreken hier over de evaluatie van de RvR-regeling. Deze kijkt met
name of dat de doelstellingen gehaald zijn, hoe de regeling door de jaren heen
verbreed en veranderd is, hoe de uitvoering bedreigd wordt en of dat PS zijn
rol goed heeft kunnen vervullen.
Het gaat in de evaluatie heel veel over de terugverdienopgave.
In deze evaluatie staan een flink aantal kritische
opmerkingen en aanbevelingen.
Wat ik echter nog mis, is een evaluatie op de regeling
zelf:
- Is het instrument
wel goed ingericht?
- Levert deze
regeling problemen op voor andere maatschappelijke vraagstukken?
- Wat zijn de voor-
en nadelen van deze regeling en van de wijze waarop die ingericht is?
Eén van de belangrijkste thema’s van dit moment is de
wooncrisis en de alsmaar stijgende huizenprijzen, waardoor starters op de
woningmarkt nauwelijks aan bod komen. We zien dat het al decennia lastig is om
voldoende woningen te bouwen en al helemaal om voldoende woningen voor starters
te realiseren.
De RvR-regeling is een concept waarbij zeer grote
woningen gebouwd worden op grote kavels.
Dit draagt niet bij aan zuinig ruimtegebruik en draagt
ook niet bij aan de vraag van veel gemeentes naar betaalbare woningen. Sterker
nog het werkt in veel gevallen belemmerend voor meer huizen en de
betaalbaarheid.
Ik kom zelf uit Esch, echt een mooi Brabants dorp, met
een grote sociale samenhang. Met, net als veel andere dorpen, een
voorzieningenniveau dat onder druk staat. Een dorp waar veel gedragen wordt
door vrijwilligers. Ik weet zeker dat we een nog levendiger dorp zouden hebben
als we de starters, die er willen blijven wonen, er ook konden laten wonen. Dit
heeft rechtstreeks te maken met het kunnen bouwen van voldoende woningen.
Binnen de dorpskern zijn zo ongeveer alle locaties al benut. Zoals bekend is
het credo al lang inbreiding voor uitbreiding.
Op een potentiële locatie aan de rand van het dorp
mogen wij niet bouwen vanwege allerlei regelgeving. Het enige wat wel mag
binnen de huidige regelgeving, zijn Ruimte voor Ruimte woningen. En die komen
er waarschijnlijk ook. Dat houdt dus in dat er eigenlijk geen ruimtelijke
belemmeringen zijn om te bouwen, maar dat de regelgeving vanuit de provincie,
dit niet anders toestaat.
We hebben gevraagd of dat het binnen hetzelfde
bouwvolume mogelijk was om daarin dan bijvoorbeeld 4 of 5 starterswoningen te
realiseren. Dat kon niet, tenzij je voor elke woning een RvR-titel zou kopen à
€125.000,-. Dit is voor deze oplossing heel simpel een financiële belemmering.
Opeens moet dezelfde grond veel meer geld binnenbrengen.
Hier botst, volgens mij, de regeling met de eerder
genoemde maatschappelijke opgaven.
Zij legt een groot beslag op de beschikbare ruimte en
draagt niet of nauwelijks bij aan de huisvesting van starters.
Ik denk dat de regeling veel meer draagkracht zou
hebben als deze ook bij zou dragen aan de gemeentelijke en volkshuisvestelijke
belangen. Als de regeling juist wel die betaalbare woningbouw mogelijk zou
maken.
Ik snap dat een afdracht aan RvR op gespannen voet
staat met de betaalbaarheid. Maar ik kan me ook voorstellen dat de afdracht voor
dezelfde grond een stuk lager is, waardoor de betaalbaarheid minder onder druk
staat.
En om dan toch op het verdienmodel terug te komen: als je ook aan de belangen van dorpen en gemeentes kunt voldoen, zullen er veel meer bereid zijn om meer gronden samen met de ontwikkelingsmaatschappij te ontwikkelen.
Als ik de evaluatie goed gelezen heb, bestaat de
mogelijkheid om dit zo in te richten, al lang (zie p54).
Mijn oproep is dan ook om dit in de evaluatie mee te
nemen en ook daadwerkelijk te doen.
Hartelijk dank,
Peter den Ouden